Statut juridique
Ingeschreven op de wettelijke inventaris op
ID
Soort
Het Fonderiepark ligt tussen de Ransfortstraat en de Olifantstraat en vindt zijn oorsprong in de industriële geschiedenis van Oud-Molenbeek.
Geschiedenis van de site
Oorspronkelijk,
in 1839, stond de fabriek Derosne et Cail (later het befaamde Cail et Halot) op
de site. Deze was gespecialiseerd in de vervaardiging van suikermachines en
materialen bedoeld voor spoorwegen.
De fabriek had een voor de buurt imposante omvang, wat inspiratie gaf voor de
naam van de Olifantstraat, die aan de site grenst.
In 1887 vestigt de in 1854 opgerichte Compagnie des
Bronzes zich in de Ransfortstraat in Molenbeek, in hetzelfde huizenblok als
waar de fabriek Cail et Halot was gelegen, in het hart van het "kleine
Manchester van België".
Deze industriële onderneming produceerde zink-, brons- en ijzeren onderdelen
voor de bouwsector, alsmede buizen en leidingen, verlichtingsarmaturen en
kunstvoorwerpen. Van de zes andere gieterijen die in die tijd bestonden, was
dit de enige gieterij waar bronzen kunstwerken werden gegoten. Ze kreeg
talrijke prestigieuze opdrachten, zoals de verwezenlijking van het standbeeld
van koning Albert I dat op de Kunstberg prijkt, en de beeldjes van ambachten
die op de Kleine Zavel terug te vinden zijn.
De fabriek Cail et Halot sloot haar deuren in het begin van de 20e eeuw. De gieterij van de Compagnie des Bronzes zette haar activiteiten op een deel van de site verder. Na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog zag het bedrijf zijn markt krimpen en in de jaren zeventig werd het failliet verklaard.
De verlaten site werd in 1981 in haar geheel opgekocht door de Franse Gemeenschap.
In 1987 lag het terrein nog steeds braak. De gemeente Molenbeek, die het terrein via een erfpachtovereenkomst huurde, zou in 1990 het westelijke deel van het park aanleggen met de hulp van een subsidie van het Brussels gewest voor de financiering van de werken.
Aanleg van het park
Landschapsarchitect Luc Bazelmans, directeur van het bureau René Pechère + Partners, ontwierp de aanleg van dit park in 1987. Het park werd aangelegd in de typische stijl van dit studiebureau: symmetrie en zuivere geometrische lijnen, gebaseerd op strakke Franse tuinen, zorgvuldige plantencomposities ...
De sporen van de eerdere bestemming werden opgewaardeerd en in het park, dat in 1991 werd geopend, komt het industriële verleden van de site op opmerkelijke wijze tot uiting: de hoofdingang, de kolommen en de geplaveide koer herinneren aan de oorspronkelijke fabriek.
Twee
achthoeken van ongeveer 7 are elk geven dit park zijn voornaamste structuur.
Ze worden gevormd door taxushagen in het midden en beukenhagen waarmee kleine
alkoven werden gemaakt om plaats te bieden aan een zitbank of een groep
struiken.
In het midden van deze achthoeken staat een trio gietijzeren zuilen van verschillende hoogtes waaruit water stroomt, dat eerst tussen de stenen is gesijpeld en dat wordt opgepompt en opnieuw wordt gebruikt. De vzw La Fonderie kon deze zuilen trouwens uit een oude fabriek recupereren.
Beide met planten gevormde achthoeken worden gescheiden door een grote esplanade, die integraal bestaat uit kasseien van de oude binnenplaats van de fabriek.
Toen het park in 1990 werd aangelegd, moest de westelijke muur van het park behouden blijven. Het is immers een restant van de muur van de centrale werkplaats van de fabriek, die – net als het ritme van de kolommen – in het geheugen van de buurtbewoners staat gegrift, en die dienst doet als basis voor het hekwerk langs de Olifantstraat.
Hier en daar getuigen indrukwekkende stenen – oude machine- of kraanbases – van de geschiedenis van deze plek.
Erfgoedkundige waarde van de site
In 1995 werd de erfgoedkundige waarde van het park in de verf gezet door opname in de wettelijke landschapsinventaris (besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16.03.1995).
In 1997 werd het geheel van de gebouwen van de Compagnie des Bronzes op de bewaarlijst geplaatst (besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22.05.1997).
De poort van de voormalige fabriek Cail et Halot, die vanaf de Cail et Halotstraat toegang gaf tot het park, werd ingeschreven op de gewestelijke inventaris van het bouwkundig erfgoed op basis van haar historische, esthetische, artistieke en stedenbouwkundige waarde.


























